
“Maak gebruik van alle kennis en ervaring, middelen en materialen die er zijn en zet die in als implementatiestrategieën.” Vanuit die overtuiging werkt Els Verschuur aan Compassion, een van de kansrijke projecten dat laat zien hoe palliatieve zorg voor mensen met COPD eerder en beter kan worden georganiseerd.
Die urgentie is groot. In de praktijk komt palliatieve zorg vaak laat op gang, terwijl patiënten en naasten juist vroeg in het ziekteproces al behoefte hebben aan ondersteuning. Compassion laat zien hoe dat anders kan: met praktische tools, scholing en samenwerking over de grenzen van organisaties heen. Het project startte in 2017 binnen het ZonMw-programma Palliantie. Meer dan zorg!. In 2019 werd Els Verschuur projectleider, op het moment dat in acht ziekenhuizen een cluster-gerandomiseerd onderzoek van start ging. Samen met promovendus Johanna Broese werkte zij aan de ontwikkeling en implementatie van passende zorg voor mensen met COPD en hun naasten.
Van kennis naar praktijk
Een belangrijke opbrengst van Compassion is de online toolbox Passende Palliatieve zorg bij COPD, met materialen voor zorgprofessionals, patiënten en naasten. De toolbox ondersteunt onder meer proactieve zorgplanning en samenwerking tussen zorgverleners. Daarnaast is een blended learning programma ontwikkeld met e-learning en bijeenkomsten over communicatie en transmurale samenwerking.
Wat maakt implementatie kansrijk?
Succesvolle implementatie begint volgens Verschuur bij het slim gebruiken van wat er al is. “Ga niet het wiel zelf uitvinden, maar geef je eigen ‘couleur locale’ aan waar nodig of wenselijk”, zegt ze. De kracht van Compassion zit juist in het combineren van een gezamenlijke aanpak met ruimte voor regionale verschillen. Daarnaast vraagt succesvolle implementatie om stevige randvoorwaarden binnen organisaties. Draagvlak, veranderbereidheid en enthousiasme zijn belangrijk, maar niet voldoende. Minstens zo belangrijk zijn een goed projectplan, voldoende middelen en een slagvaardige projectstructuur met een betrokken projectleider. In de praktijk gaat het daarbij om het tijdig signaleren van palliatieve zorgbehoeften, het voeren van proactieve zorgplanningsgesprekken, het betrekken van naasten en het gezamenlijk uitvoeren van gesprekken door arts en verpleegkundige, met aandacht voor gezondheidsvaardigheden en goede overdracht tussen zorgverleners.
Samenwerking in de praktijk
Transmurale samenwerking is een bepalende, maar soms uitdagende factor. “De praktijk is soms weerbarstig”, aldus Verschuur. “Juist daarom zijn duidelijke afspraken nodig over rollen, betrokkenheid van bijvoorbeeld een palliatief adviesteam en structurele afspraken over informatie-uitwisseling tussen zorgverleners in de eerste, tweede en derde lijn.” Het project benadrukt het belang van samenwerking tussen longartsen, huisartsen, longverpleegkundigen en wijkverpleegkundigen. Daarbij is het effectief om voort te bouwen op bestaande regionale structuren en afspraken. Een voorbeeld van regionale implementatie is het transmuraal zorgpad voor palliatieve COPD-patiënten van Franciscus in Rotterdam.
Samen leren en opschalen
Binnen het NPPZ II Leerwerkplatform stond leren van elkaar centraal. Toch werd die kans niet overal volledig benut. Verschuur: “Je kunt zoveel van elkaar leren. Het Leerwerkplatform is daarvoor een waardevol hulpmiddel.” Voor organisaties die zelf aan de slag willen, is de kern helder: gebruik bestaande kennis en materialen, investeer in implementatie en zoek actief samenwerking op. “Er zijn al veel mooie stappen gezet. Kijk wat werkt, leer van elkaar en bouw daarop verder.”
—————————————————————————————————————
Dit interview maakt deel uit van een serie over gedeelde ervaringen en geleerde lessen binnen het Nationaal Programma Palliatieve Zorg II (NPPZ II). Binnen het NPPZ II worden kennis en ervaringen gedeeld, zodat anderen geïnspireerd raken en leren van elkaars aanpak en projecten.