‘’De driehoek van onderzoek, onderwijs en praktijk’’

Een van de zeven regionale Consortia Pallatieve Zorg is Ligare, het Consortium Noordoost-Nederland. Het programma dat vanuit Ligare wordt uitgevoerd wordt gefinancierd vanuit het NPPZ II. Vanuit dit programma is het idee voor een onderzoekscafé, met als thema proactieve zorgplanning ontstaan. Het organiseren van onderzoekscafés is één van de manieren waarop Ligare de driehoek van onderzoek, onderwijs en praktijk met elkaar wil verbinden.

In Nederland houden zeven regionale Consortia Palliatieve Zorg zich actief bezig met het verbeteren van de palliatieve zorg. Om te borgen dat palliatieve zorg een integraal onderdeel wordt van de reguliere zorg is bij de start van het NPPZ II ingezet op de NPPZ II Stimuleringsimpuls. Via deze Stimuleringsimpuls kunnen op netwerk-/consortium-/landelijk niveau middelen worden aangevraagd om dit in samenwerking met het NPPZ II te realiseren.

Myrna Pelgrum-Keurhorst (lector Verpleegkundig perspectief op persoonsgerichte zorg en ondersteuning bij Windesheim en vier aangesloten zorgorganisaties) en Alie Geerts (kwaliteitsverpleegkundige bij ArendState) gaan in gesprek over de doelen van dit onderzoekscafé. Zij bekijken dit vanuit twee verschillende perspectieven; Pelgrum vanuit haar rol als onderzoeker en medeorganisator van het onderzoekscafé en Geerts vanuit de praktijk en deelnemer aan het onderzoekscafé.

“Als lectoraat willen we met verschillende soorten onderzoek direct bijdragen aan het verbeteren en veranderen van de beroepspraktijk en daarmee ook het onderwijs”, vertelt Pelgrum. “De kennis die we opdoen, willen we toegankelijk en implementeerbaar maken in de praktijk. Maar om inzichten vanuit onderzoek direct toepasbaar te maken in de zorgpraktijk, is vaak nog een extra vertaalslag nodig. Om deze reden zijn we op het idee van het reizend onderzoekscafé gekomen.”

Het Onderzoekscafé is opgezet voor professionals die in de praktijk, onderzoek en/of onderwijs te maken hebben met palliatieve zorg en (meer) kennis op willen doen over verschillende onderwerpen die hiermee te maken hebben. Door laagdrempelig inleiding te geven in wat (praktijkgericht) onderzoek is, wordt getracht de lading van de term ‘onderzoek’ wat te verminderen. Iedere professional die gedreven en nieuwsgierig is binnen zijn/haar eigen vak, kan hier aan bijdragen.

Pelgrum: “Nu is er soms nog een mismatch tussen de beeldvorming die een student vormt vanuit de collegebanken en wie er daadwerkelijk binnenkomt bij een verpleeghuis of wat een wijkverpleegkundige tegenkomt.”

Geerts vult aan: “Stages zijn daarvoor erg belangrijk, zodat je kunt zien hoe het gaat in de praktijk. Het spel van de theorie omzetten naar de praktijk, dat is wat de (beginnende) verpleegkundige te doen heeft. Vervolgens is het doel om de kennis- en kwaliteitscyclus voort te zetten. Onder andere door de kennis vervolgens weer mee te geven aan mede-collega’s, cliënten en hun netwerk/mantelzorgers.”

Het toepasbaar maken van opgedane inzichten vanuit onderzoek in de dagelijkse praktijk voor de verpleegkundigen staat centraal. Dit is echter wel complex.
Geerts: “Dit is in de praktijk heel herkenbaar. Onze verpleegkundigen doen basisscholing in gespreksvoering. Er is heel veel aanbod beschikbaar, maar verpleegkundigen weten niet altijd wat ze vanuit dat grote aanbod moeten pakken. Ik ben op zoek naar wat ik ze extra mee kan geven, naast wat ze in de praktijk hier leren. Dit is één van de dingen die ik hoop mee te krijgen tijdens het onderzoekscafé.”

“Er is inderdaad veel mooi materiaal beschikbaar, onder andere op Palliaweb, maar er is niet altijd de tijd om dit toe te kunnen passen in de praktijk”, beaamt Pelgrum. “Als je bijvoorbeeld als wijkverpleegkundige werkt en je een grote case load en weinig tijd per cliënt, is het niet vanzelfsprekend dat je al deze hulpmiddelen systematisch in kunt zetten.”

Op de vraag hoe de ontwikkelingen van het NPPZ II zichtbaar zijn in de praktijk, antwoordt Geerts: “Verpleegkundigen hebben het gedachtegoed van proactieve zorgplanning al veel meer eigen gemaakt. Onze vervolguitdaging ligt bij het behouden van wat we nu hebben en het kijken hoe we dat vervolgens weer kunnen verbeteren. Ik zie het als steentjes in de vijver gooien. Als we met zijn allen steeds kleine steentjes blijven gooien, kunnen we vanzelf voor een grotere beweging zorgen.”
Pelgrum: “Als ik de stand van zaken vergelijk met tien jaar geleden, merk je dat proactieve zorgplanning en palliatieve zorg in het algemeen geen nieuw thema meer is. Dat zijn zeker mede de gevolgen van het NPPZ I en NPPZ II. We staan met zijn allen nog steeds voor flinke uitdagingen, maar er zijn ook al veel stappen gemaakt.”

Hoe ziet het onderzoekscafé eruit?
De bijeenkomst start interactief met een bezoek aan de ‘huiskamer’ van hogeschool VIAA, waarin studenten onder andere vaardigheidslessen volgen. Deze huiskamer draagt bij aan het leerrendement bij bijvoorbeeld gespreksvoering in de palliatieve fase.
Vervolgens vertelt Wolter Paans, Lector Advance Care Planning bij Hanzehogeschool Groningen, over verschillende onderzoeken naar proactieve zorgplanning. Hij pleit voor een betere integrale aanpak, met onder andere betere familiebetrokkenheid, geïndividualiseerde diagnostiek en scenario-ontwikkeling op basis van Artificial Intelligence (AI).
Aansluitend vertelt Aliza Damsma, Lector Zorg & Zingeving bij Hogeschool VIAA, over de meerwaarde van het eerder op de agenda zetten van zingeving in de zorg voor mensen met een ongeneeslijke aandoening.
Naast de presentaties worden er door de deelnemers ook casussen uit de praktijk besproken, zodat de driehoek van onderzoek, onderwijs en praktijk kan worden versterkt.

Inmiddels heeft het eerste onderzoekscafé plaatsgevonden en was dit een succes! Wil je hier meer over lezen? Klik dan hier.

Vorig bericht

‘Gespecialiseerde verzorgenden en verpleegkundigen palliatieve zorg verdienen meer erkenning’ 

Volgende bericht

Generiek kompas en Kwaliteitskader palliatieve zorg Nederland