Het Nationaal Programma Palliatieve Zorg II loopt ten einde; 2026 is het laatste programmajaar. Het is het jaar dat volop in het teken staat van het implementeren en borgen van de resultaten van het NPPZ II. “We weten inmiddels wel dat er ook na 2027 nog een regie- orgaan én een strategische ondersteuningsorganisatie zal zijn”, zegt programmadirecteur Erik-Jan Wilhelm. “Dat maakt borging een stuk makkelijker.”
Aan welke partijen worden de resultaten van het NPPZ II overgedragen?

“Dat zijn vooral de partijen die gezamenlijk de Stuurgroep van het NPPZ II vormen. Het zijn er tien. Enerzijds zijn dat organisaties die ook nu al sterk betrokken zijn bij de ontwikkelingen op gebied van palliatieve zorg, zoals de Vereniging van Netwerken Palliatieve Zorg Nederland en de Vereniging Palliatieve Zorg Nederland. Anderzijds zijn dat organisaties voor wie palliatieve zorg ‘een deelgebied’ van hun werk is, zoals ActiZ, KNMG, Patiëntenfederatie Nederland, V&VN, Vereniging van Nederlandse Gemeenten, Zorgverzekeraars Nederland, Nederlandse Zorgautoriteit en het Zorginstituut Nederland.”
Weten zij wat er op hen af komt?
“Zij zijn zich ervan bewust dat alle producten en resultaten van het NPPZ II zullen moeten landen. We hebben hier inmiddels in twee Stuurgroep-vergaderingen bij stil gestaan. Ook in die van juni en september wordt daar ruim tijd voor gemaakt. De symbolische overhandiging van het programma aan andere partijen vindt plaats tijdens het eindcongres van het NPPZ II op 30 september. Dat is het moment is dat we de vraag wie wat gaat borgen na het NPPZ II beantwoord moeten hebben. De warme overdracht vindt dan plaats in het laatste kwartaal van 2026.”
Het ministerie van VWS gaf het bureau AEF de opdracht een Toekomstagenda Palliatieve Zorg op te stellen. Dat gaat onder meer over de ondersteuningsorganisatie die nodig is voor de periode na het NPPZ II. In hoeverre raakt dit traject de implementatie en borging van de NPPZ-resultaten?
“Deze ontwikkelingen zijn met elkaar verweven. Maar de onzekerheden over die Toekomstagenda maken die ontwikkeling en borging van de NPPZ-resultaten ook wel extra complex. In de afgelopen twee Stuurgroep-vergaderingen bleek het voor de partijen erg moeilijk te zijn om te bepalen of zij een rol willen spelen en welke dat is in de borging van het NPPZ II als de toekomstige organisatie daarvan niet duidelijk is. Nu we recent de conceptversie van het rapport over de Toekomstagenda hebben ontvangen, wordt het makkelijker om keuzes te maken. We weten inmiddels dat er ook na 2027 nog een regie-orgaan zal zijn, zoals er nu een Stuurgroep is. In dat nieuwe regie-orgaan zullen wederom zorg- en systeempartijen bij elkaar zitten. Ook weten we nu dat er een strategische ondersteuningsorganisatie komt. Daar wordt in de fusie tussen de Stichting PZNL en Agora nu hard aan gewerkt.
Het wordt veel makkelijker de resultaten van het NPPZ II te beleggen als je weet dat de nu verantwoordelijke partijen elkaar ook in de toekomst kunnen blijven aanspreken op de voortgang van de implementatie en doorontwikkeling daarvan. Voor zover ik weet, staan alle partijen hiervoor open. Ik heb veel vertrouwen in de kracht van een dergelijk regie-orgaan in samenspel met een stevige ondersteuningsorganisatie. Deze ervaring hebben we de afgelopen vier jaar tijdens het NPPZ II opgedaan. En we weten dat dit werkt.”