Kansrijke projecten duurzaam borgen

Ervaringen van Willy van Zetten (RST Zorgverleners)

Willy van Zetten

Hoe zorg je ervoor dat een kansrijk project niet stopt wanneer de subsidieperiode afloopt, maar blijvend onderdeel wordt van de dagelijkse zorgpraktijk? Palliatieve zorgverpleegkundige Willy van Zetten deelt haar ervaringen met het ontwikkelen én borgen van projecten binnen RST Zorgverleners.

Betrokkenheid vanaf het begin
Willy werkt sinds bijna zes jaar als palliatieve zorgverpleegkundige bij RST Zorgverleners, een christelijke thuiszorgorganisatie met wijkteams verspreid over de Biblebelt. Binnen RST is er een gespecialiseerd team palliatieve zorgverpleegkundigen dat teams ondersteunt bij complexe zorgvragen en proactieve zorgplanningsgesprekken voert met cliënten die in de palliatieve fase zijn.
“Ruim drie jaar geleden kwam er een oproep van ZonMw voor een stimuleringssubsidie rondom het signaleren en verkennen van zingevingsvragen in de palliatieve fase,” vertelt Willy. “Dat was spannend, want we hadden nog nooit eerder een subsidie aangevraagd. Toch besloten mijn collega Marinda Verschuure en ik om het gewoon te doen.” Met succes: de subsidie werd toegekend en het project Signaleren en verkennen van zingevingsvragen voor een proactieve zorgplanning (SVP) ging van start.
In twee wijkteams werd een nulmeting uitgevoerd en volgden zorgverleners een training, waarin onder andere gewerkt werd met e‑learning, trainers en acteurs. “Het was belangrijk dat het niet bij een eenmalige training bleef,” zegt Willy. “Daarom hebben we aandachtsvelders palliatieve zorg opgeleid, die hun kennis weer meenamen naar hun eigen teams. Zo bleef het onderwerp terugkomen in werk- en cliëntbesprekingen.”

Borging vraagt om structuur en eigenaarschap
Volgens Willy begint duurzame borging niet pas aan het einde van een project. “Je moet al vroeg nadenken over de vraag: hoe zorgen we dat dit blijft?” Dat betekent aandacht voor draagvlak op meerdere niveaus binnen de organisatie. “De werkvloer moet er echt mee aan de slag willen, maar zonder steun van het management lukt het niet. Tijd, geld en ruimte om te blijven leren zijn cruciale randvoorwaarden.” Daarnaast benadrukt ze het belang van vastleggen. Nieuwe werkwijzen moeten een plek krijgen in beleid, protocollen of praktische hulpmiddelen. “Denk aan formats, handreikingen of flyers. Dat helpt niet alleen om het project levend te houden, maar zorgt er ook voor dat nieuwe medewerkers automatisch meegenomen worden in de werkwijze.”
Die ervaring nam Willy mee naar een volgend project: Oog voor Naasten en Nabestaanden. In dit project lag de focus op drie thema’s: ondersteuning van minderjarige kinderen bij een ernstig zieke ouder, verbetering van de samenwerking met huisartsen en versterking van de nazorg na overlijden.
“Wat we hier expliciet hebben gedaan, is werken aan concrete producten die direct in de praktijk gebruikt kunnen blijven worden,” vertelt Willy. Zo werden onder andere een sociale kaart en een troostkoffer ontwikkeld voor de begeleiding van kinderen, kwam er een duidelijke flyer over samenwerking met huisartsen en werd een digitaal format voor het nazorggesprek ingevoerd. “Juist de combinatie van het verankeren in het systeem en de praktische middelen maakt het gemakkelijk om de resultaten te borgen.”

Flyer voor huisartsen

Leren van en met anderen
Willy was tijdens deze projecten actief deelnemer aan het NPPZ II leerwerkplatform. “De intervisie- en inhoudelijke bijeenkomsten waren heel waardevol,” zegt ze. “Je merkt dat iedere organisatie anders is, maar dat je vaak tegen dezelfde vragen aanloopt. Door ervaringen uit te wisselen, leer je hoe anderen omgaan met bijvoorbeeld interne weerstand en borging.” Het delen van eigen ervaringen was minstens zo belangrijk. “Het helpt om elkaar verder te brengen. Soms bevestigt het dat je op de goede weg zit, soms krijg je net dat ene idee waardoor je verder kunt.”

Een boodschap aan andere projectteams
Voor projectteams die nu bezig zijn met een kansrijk project heeft Willy een helder advies: begin op tijd met nadenken over borging. “Maak vroeg in het project een plan van aanpak voor de lange termijn. Borging kost vaak meer tijd dan je verwacht, maar het is essentieel voor blijvend effect.”
Daarbij is volgens haar één ding doorslaggevend: samenwerking. “Zorg dat je vanaf het begin contact hebt met alle belanghebbenden binnen je organisatie. Hoe breder het eigenaarschap, hoe groter de kans dat een project echt onderdeel wordt van de dagelijkse praktijk.”

—————————————————————————————————————

Dit interview maakt deel uit van een serie over gedeelde ervaringen en geleerde lessenbinnen het Nationaal Programma Palliatieve Zorg II (NPPZ II). Binnen het NPPZ II worden kennis en ervaringen gedeeld, zodat anderen geïnspireerd raken en leren van elkaars aanpak en projecten.

Vorig bericht

Leerwerkplaats SamenLeven Amsterdam Centrum: ‘Niemand verdwijnt achter de voordeur’

Volgende bericht

Compassion: samen werken aan passende palliatieve zorg voor mensen met COPD