Praktijkteam Palliatieve zorg: In gezamenlijkheid op zoek naar oplossingen voor praktische knelpunten

Wat gebeurt er met de meldingen die binnenkomen bij het Praktijkteam Palliatieve zorg? Welke bijdrage levert dit team aan de verbetering van palliatieve zorg? In dit artikel worden deze vragen beantwoord aan de hand van een aantal casussen over meldingen rondom het aanvragen van hulpmiddelen. 

Al het werk van het Praktijkteam Palliatieve zorg begint met vragen die zorgverleners via meldingen bij Het Juiste Loket aan de teamleden voorleggen (zie onderaan ‘Praktijkteam Palliatieve Zorg‘ en ‘Knelpunten‘). Op basis van de ervaringen uit het verleden, zijn in 2025 de meldingen onderverdeeld in vier thema’s. De meldingen gaan over problemen met de indicering en contractering van de wijkverpleging, de financiering van hospicezorg, het bestelproces rondom hulpmiddelen of de vergoeding van medicatie. In dit artikel zoomen we in op vragen over het aanvragen van hulpmiddelen. 

Maaghevel en ascitesdrainage 
Zo meldden in 2025 diverse wijkverpleegkundigen dat zij moeite hadden met het aanvragen van een maaghevel en/of ascitesdrainage bij patiënten die thuis palliatieve zorg en ondersteuning kregen. Ook de vergoeding van deze hulpmiddelen zorgde voor vragen. Een maaghevel is een flexibel slangetje dat via de neus in de maag wordt gebracht om maagsappen, gal en voedselresten af te zuigen of te laten aflopen. Dit wordt toegepast bij misselijkheid, braken, een stilliggende darm (ileus) of vertraagde maagontlediging (gastroparese) om de maag rust te geven. Het zorgt voor afname van buikpijn en voorkomt verslikking. Bij een ascitesdrainage wordt overtollig buikvocht (ascites) via een slangetje (drain) door de buikwand afgevoerd. Dit is soms nodig om specifieke klachten te verminderen, zoals een opgezette buik en daarmee gepaard gaande (ademhalings)klachten. Een ascitesdrainage zorgt veelal voor een onmiddellijke en zeer welkome verlichting. 

Verwarring

Daniëlle van Hemert

“De meldingen maakten voor ons duidelijk dat er verwarring bestaat over de vraag wie hiervoor wáár een hulpmiddel kan aanvragen”, stelt Daniëlle van Hemert, die namens Zorgverzekeraars Nederland in het Praktijkteam zit. Van Hemert is beleidsadviseur bij Zorgverzekeraars Nederland. “De genoemde hulpmiddelen worden zowel in het ziekenhuis als bij de patiënt thuis gebruikt. Hierdoor wordt het volgens de geldende wetgeving een beetje lastig. Want er zijn er in feite drie mogelijke budgetten van waaruit dit vergoed kan worden: de zogeheten aanspraak Hulpmiddelen, de aanspraak Huisartsenzorg en de aanspraak Medisch-specialistische zorg.” 
Als je als zorgverlener niet precies weet waar je met je aanvraag voor vergoeding moet zijn, kan dat vertraging in de uitlevering van de hulpmiddelen opleveren. Dat is voor alle betrokkenen frustrerend: voor de patiënt en zijn naasten, maar ook voor de zorgverleners. Daarom zijn de drie verschillende routes voor vergoeding gedetailleerd toegelicht. Zorgverleners kunnen de routes inmiddels vinden op Palliaweb (onder het uitklapmenu ‘Hulpmiddelen’).
Voordat het Praktijkteam de kant van de vergoedingen indook, gingen de teamleden eerst rond de tafel om de situatie te evalueren en te bekijken wat nou precies het probleem was. Via die weg kwamen ze op mogelijke verbeterpunten uit. Van Hemert: “We hebben twee wijkverpleegkundigen en twee vertegenwoordigers van zorgverzekeraars bij elkaar gezet. Door deze twee werelden bij elkaar te brengen kun je afpellen waar het nou mis gaat. Door in gesprek te gaan zagen we in gezamenlijkheid hoe de misverstanden konden ontstaan. Als je elkaar goed begrijpt, kun je vervolgens samen aan een oplossing van die misverstanden werken.”
Uit de gesprekken werd duidelijk dat het beeld dat wijkverpleegkundigen hadden van de oorzaak van het probleem verschilde met het beeld dat zorgverzekeraars hadden. De manier waarop hulpmiddelen vergoed worden is complex. Afhankelijk van de wettelijke aanspraak waaronder een hulpmiddel valt, zijn verschillende partijen verantwoordelijk voor het beschikbaar hebben of stellen van dat hulpmiddel. Wanneer hulpmiddelen die onder medisch specialistische zorg vallen, zoals een maaghevel of ascitesdrain, niet bij de juiste verantwoordelijke partij worden aangevraagd, kan dit ertoe leiden dat deze niet op tijd bij de patiënt kunnen worden ingezet. Het is daarom essentieel om goed inzicht te hebben in de afbakening: wanneer wordt een hulpmiddel vanuit welke verzekerde prestatie vergoed? Van Hemert: “Deze complexiteit is bij veel mensen – zowel zorgprofessionals als zorgaanbieders – niet bekend. Dat kan frustratie en (onterechte) verwijten opleveren, die we nu met betere voorlichting willen voorkomen.”  

Onduidelijkheden

Kim Smith

Eén van de twee vertegenwoordigers van de zorgverzekeraars was Kim Smith, zorginhoudelijk adviseur bij Zilveren Kruis. “In zekere zin zijn we altijd blij met meldingen, want die geven aan dat er problemen of onduidelijkheden in het beleid of in de regelgeving zijn. Door de meldingen kunnen we die problemen of onduidelijkheden aandacht geven. Het liefst wil je het op een dusdanige manier oplossen dat het probleem zich nooit meer voordoet.”
Soms leggen zorgverzekeraars met die wens de lat iets te hoog. “Want hoe je het ook wendt of keert, we blijven afhankelijk van andere partijen in de keten”, geeft Smith aan. “We hebben het ministerie van VWS en Zorginstituut Nederland nodig om de wettelijke aanspraak meer in lijn te brengen met de dagelijkse zorgpraktijk, waarin de wijkverpleegkundige een centrale rol vervult.”
Nadat het Praktijkteam het probleem had geanalyseerd en de eerste oplossingsrichting had gevonden, heeft Zilveren Kruis de drie verschillende routes voor vergoeding op haar website geplaatst. Palliaweb heeft deze informatie van Zilveren Kruis overgenomen. Nu is inzichtelijk onder welke financieringsstroom de vergoeding van de hulpmiddelen vallen en wie de middelen zou moeten leveren.  Eén en ander is bijvoorbeeld afhankelijk van de vraag of de patiënt waarvoor de zorgverlener het hulpmiddel aanvraagt het hulpmiddel chronisch nodig heeft of niet. Ook bepalend is onder wiens verantwoordelijkheid het hulpmiddel nodig is: huisarts of medisch-specialist. 
“Nadat Zilveren Kruis deze publicatie had gedaan, hebben we vanuit Zorgverzekeraars Nederland onze leden geadviseerd om deze uitleg over te nemen”, zegt Van Hemert. “Op deze manier hopen we er zoveel mogelijk ruchtbaarheid aan te geven, zodat goede voorbeelden landelijk opgevolgd kunnen worden. Hierdoor kan de onduidelijkheid afnemen.” Ook benadert het Praktijkteam beroepsverenigingen om de uitleg op te nemen in nieuwsbrieven en schakelt het socialmediakanalen in. Zij kunnen via publicaties er eveneens voor zorgen dat de berichtgeving verspreid wordt, in de hoop dat dit eveneens een bijdrage levert aan de duidelijkheid. Zo zijn de publicaties over de verhelderde afbakening een eerste stap, en toetsen de betrokken partijen vanuit het Praktijkteam waar beleid en praktijk nog van elkaar verschillen. Indien nodig, zoeken zij verder naar andere oplossingen. 

Niet de goede beslistafel
Als het Praktijkteam geen oplossing kan bieden voor een ingediende melding, ligt het soms aan de regelgeving. Die regelgeving beperkt dan de ruimte waarbinnen het Praktijkteam, samen met andere partijen, tot een oplossing van het geconstateerde probleem kan komen. In dat geval kan het Praktijkteam de melding elders onder de aandacht brengen. “Dat kan betekenen dat we in overleg gaan met Zorginstituut Nederland bijvoorbeeld”, zegt Van Hemert. Het Zorginstituut adviseert het ministerie van VWS over de inhoud van het basispakket en bepaalt tevens welke behandelingen wel of niet vergoed worden. “Het kan zijn dat we constateren dat de huidige regelgeving niet goed of niet meer aansluit op de huidige praktijk of onvoldoende duidelijk is”, voegt Smith toe. “En dan ligt de melding bij ons niet op de goede beslistafel.”
Meldingen over de hulpmiddelen leidden tot een grondige analyse van de praktische gang van zaken. Eenzelfde procesmatige uitdaging staat het Praktijkteam te wachten over de intensieve zorg in de terminale fase. “Ook daarover bestaat verwarring en zijn er veel verschillende beelden”, zegt Van Hemert. “We zullen als Praktijkteam, samen met partijen als V&VN (de beroepsorganisaties van verpleegkundigen en verzorgenden, – red.) en enkele zorgverzekeraars, diep in de materie duiken om te bezien waar de verwarring vandaan komt. Zodat we ook voor deze thematiek een oplossingsrichting kunnen vinden.” 

Praktijkteam palliatieve zorg 
Ervaar je knelpunten bij het regelen of vergoeden van palliatieve zorg? Denk hierbij aan het bestellen van hulpmiddelen, het vergoed krijgen van medicijnen of het regelen van de zorg aan huis. Doe dan een melding bij het Praktijkteam palliatieve zorg via meldpunt@juisteloket.nl of 030 – 789 78 78. 

Knelpunten
Het Praktijkteam is in 2016 opgericht en bestaat uit een vertegenwoordiging van zorgverleners en stakeholders in de palliatieve zorg. Het Praktijkteam Palliatieve Zorg richt zich op vier thema’s: 

  • Wijkverpleging: indiceren en contracteren        
  • Hospicezorg: financiering 
  • Hulpmiddelen: bestelproces en de levertijd        
  • Medicatie: vergoeding van richtlijnconforme medicatie           

Per thema draagt het Praktijkteam een probleemomschrijving met oplossingsrichtingen aan. Deze kun je hier lezen.