Hoe maak je proactieve zorgplanning een vanzelfsprekend onderdeel van de poliklinische praktijk? Binnen het OLVG wordt gewerkt aan de ziekenhuisbrede implementatie van Poliklinische Proactieve Zorgplanning (PZP)-gesprekken. Een traject dat vraagt om verandering in cultuur, werkwijze en samenwerking. Maag-darm-leverarts Linda Wanders vertelt hoe het initiatief ontstond, wat nodig is om zorgverleners mee te krijgen en wat het patiënten en hun naasten oplevert.
Van levercirrose naar ziekenhuisbrede implementatie

“Tijdens mijn opleiding merkte ik al dat een specifieke groep patiënten niet altijd de zorg kreeg die goed aansloot bij hun laatste levensfase: patiënten met levercirrose,” vertelt Linda, maag-darm-leverarts bij OLVG. “Zij kwamen vaak onverwacht en ongewenst in het ziekenhuis te overlijden.”
Die observatie vormde het startpunt van een bredere interesse in palliatieve zorg en proactieve zorgplanning. Tussen 2023 en 2025 volgde zij de kaderopleiding palliatieve zorg. “Vanuit daar ben ik mij steeds meer gaan richten op proactieve zorgplanning; eerst binnen de zorg voor patiënten met levercirrose, maar inmiddels ziekenhuisbreed.” Samen met een projectgroep, waarin onder andere het palliatief team, een huisarts uit de regio en een kwaliteitsmedewerker participeren, werkt het OLVG aan de implementatie van PZP-gesprekken in de poliklinische praktijk. Voor dit kansrijke initiatief ontving het ziekenhuis een stimuleringsimpuls vanuit het Nationaal Programma Palliatieve Zorg II, waarmee de verdere ontwikkeling en ziekenhuisbrede implementatie van PZP-gesprekken wordt ondersteund.
Een cultuurverandering in de spreekkamer
Het voeren van PZP-gesprekken vraagt in een ziekenhuis om meer dan een nieuw formulier of extra consulttijd. Het raakt aan cultuur, werkwijzen en samenwerking.
“Als werkgroep zijn we vooral bezig geweest om de noodzaak van proactieve zorgplanning zichtbaar te maken en de bekendheid ervan te vergroten,” legt Linda uit. Het traject begon met een inventarisatie: waar leeft behoefte en motivatie binnen het ziekenhuis?
“Per betrokken vakgroep hebben we vervolgens twee kartrekkers aangesteld: een medisch specialist en een verpleegkundig specialist of consulent. Zeker in de beginfase organiseerden we regelmatig kartrekkersoverleggen. Dat hielp om iedereen aangehaakt te houden en om van elkaar te leren.”
De praktijk blijkt echter weerbarstig. Iedere afdeling kent zijn eigen dynamiek. “Vaatchirurgie is bijvoorbeeld heel anders georganiseerd dan neurologie. Daardoor vraagt implementatie overal iets anders. Je loopt tegen allerlei barrières aan en merkt dat sommige vakgroepen PZP hoger op de agenda hebben staan dan andere.” Dat verschil in tempo wordt bewust geaccepteerd. “Iedere afdeling doet het op zijn eigen tempo. Er zijn altijd koplopers en afdelingen die later aansluiten.”
Van abstract idee naar tastbare praktijk
Dan wordt het ook echt inzichtelijk voor de zorgverleners wat er van hen verwacht wordt.
Een belangrijke succesfactor bleek de inrichting van het elektronisch patiëntendossier (EPD). “We hebben ontzettend hard gewerkt om het EPD gebruiksvriendelijk te maken voor PZP-verslaglegging. Dat heeft veel voeten in de aarde, dus begin daar vooral vroeg mee.”
Volgens Linda maakte juist die vertaalslag naar het EPD het project concreet. “In de fase daarvoor bleef PZP voor veel mensen vrij abstract. Zodra het zichtbaar en praktisch toepasbaar werd in het dossier, kregen we zorgverleners makkelijker mee.”
Naast het EPD ontwikkelde de projectgroep ondersteunende materialen: een procesvisualisatie, werkdocumenten en een intranetpagina. Ook worden trainingen aangeboden, variërend van face-to-face scholing tot scenariotrainingen met acteurs. “En we blijven investeren in contact: met kartrekkers, maar ook via lunchmeetings op afdelingen om PZP breder onder de aandacht te brengen.
De stap van pilot naar structurele werkwijze blijkt geen rechte lijn
Volgens Linda vraagt het duurzaam verankeren van PZP-gesprekken om voortdurende aandacht voor praktische toepasbaarheid, ondersteuning en zichtbaarheid in het dagelijks werk. “Het hoeft niet direct ziekenhuisbreed perfect te zijn. Het is een proces.”
Een belangrijke stap daarin was het ontwikkelen van een gebruiksvriendelijk EPD-formulier, gecombineerd met duidelijke afspraken over verslaglegging en transmurale communicatie. “Doordat het concreet en toegankelijk is geworden, zie je dat zorgverleners het makkelijker kunnen inpassen in hun dagelijkse praktijk.”
Daarnaast blijft de projectgroep actief investeren in ondersteuning en kennisdeling, onder andere via trainingen, lunchbijeenkomsten en het contact met kartrekkers binnen de vakgroepen. Die continue dialoog helpt om knelpunten vroeg te signaleren en werkwijzen waar nodig aan te scherpen. “Onderweg leren we voortdurend bij. Niet alles wat je vooraf bedenkt blijkt in de praktijk werkbaar. Juist door ervaringen op te halen en aanpassingen te blijven maken, groeit PZP steeds verder uit tot een vast onderdeel van de zorgpraktijk.”
Proactieve zorgplanning als transmurale samenwerking
Volgens Linda ligt de echte meerwaarde van PZP-gesprekken uiteindelijk bij patiënten en hun naasten. “Traditioneel vonden dit soort gesprekken vooral plaats in de eerste lijn, terwijl heel veel belangrijke zorgbeslissingen juist in de tweede lijn worden genomen. Daarom moet proactieve zorgplanning echt een samenwerking zijn tussen eerste en tweede lijn. Het is bij uitstek transmurale zorg.”
Vooral bij patiënten met chronische aandoeningen en orgaanfalen ziet zij nog veel winstkansen.
“Een diagnose orgaanfalen komt vaak anders binnen dan een kankerdiagnose. Daarna volgen we netjes protocollen, maar spreken we vaak minder over de impact van de ziekte en het verloop daarvan. Daardoor kan de laatste levensfase patiënten alsnog overvallen.” Door het gesprek eerder en explicieter aan te gaan, ontstaat ruimte voor voorbereiding, verwachtingenmanagement en gezamenlijke besluitvorming.
“Tijdig het gesprek voeren maakt echt verschil. Het helpt om zorg beter te laten aansluiten bij wat voor patiënten belangrijk is en om ongewenste zorg te voorkomen.”
—————————————————————————————————————
Dit interview maakt deel uit van een serie over gedeelde ervaringen en geleerde lessen binnen het Nationaal Programma Palliatieve Zorg II (NPPZ II). Binnen het NPPZ II worden kennis en ervaringen gedeeld, zodat anderen geïnspireerd raken en leren van elkaars aanpak en projecten.