Regio Roosendaal-Bergen op Zoom-Tholen flink op dreef:

Verbetering palliatieve zorg voor mensen met psychiatrische aandoeningen

Marloes Otte – projectleider Versterken Hospicezorg

In het kader van het NPPZ II-project Versterken hospicezorg onderzoekt één van de Brabantse Netwerken Palliatieve Zorg (regio Bergen op Zoom, Roosendaal, Tholen) hoe de zorg voor mensen met psychiatrische aandoeningen het best kan worden verleend. GGZ, hospices en thuiszorginstellingen werken hierin samen. “Wat dit project oplevert, kan een blauwdruk worden voor andere regio’s”, zegt Marloes Otte, projectleider ‘Versterken hospicezorg’ van het Consortium Zuidwest Nederland (waaronder ook het Brabantse Netwerk Palliatieve Zorg valt).
Om het project van de grond te krijgen, was eerst een andere ontwikkeling noodzakelijk: het samenbrengen van vijf hospices in West- en Midden-Brabant: drie uit de regio van het Netwerk Palliatieve Zorg Bergen op Zoom, Roosendaal en Tholen en twee hospices uit aangrenzende regio’s. Dat gebeurde vorig jaar in de zogeheten Fase 1 van het landelijke project Versterken hospicezorg.

Jeanine Snepvangers – palliatieve zorg verpleegkundige

Palliatieve zorg verpleegkundige Jeanine Snepvangers van het hospice Jacqueline in Sint Willebrord maakte deze ontwikkeling van nabij mee. “Ons hospice is het enige zelfstandige hospice in de regio, wij zijn niet verbonden aan een grote zorginstelling, zoals bijvoorbeeld de hospices in Roosendaal en Bergen op Zoom dat zijn. Wij stonden mede daardoor altijd een beetje los van de andere hospices in de regio. Dankzij ‘Versterken hospicezorg’ is daar verandering in gekomen. Er is nu een regulier overleg met de andere hospices uit de regio. We wisselen kennis uit en we bespreken gezamenlijk onze knelpunten en kansen. Daar plukken we allemaal de vruchten van. Zo is onze intakeprocedure verstevigd en zijn we beter betrokken geraakt bij de uitplaatsingen van patiënten door het regionale ziekenhuis.”

Pakket samenwerkingsafspraken
Dankzij het fundament dat door het versterken van de samenwerking was gelegd, konden hospices als één groep een volgende stap zetten, wederom in het kader van het project Versterken hospicezorg: het verbeteren van de palliatieve zorg voor mensen met psychiatrische aandoeningen. “Dit pakken we aan door hospices, thuiszorginstellingen en GGZ West Noord-Brabant bij elkaar te brengen”, vertelt Marloes Otte. “Gezamenlijk hebben we de uitdaging geformuleerd om binnen vier maanden – de looptijd van Fase 2 van het project Versterken Hospicezorg – een pakket samenwerkingsafspraken te maken, zodat de zorg voor mensen met een psychiatrische aandoening ons niet, zoals nu regelmatig gebeurt, voor problemen stelt.” De keuze voor deze doelgroep kwam nadrukkelijk naar voren uit een brede inventarisatie naar regionale knelpunten in de palliatieve zorgverlening.
De ambities voor de inhoud van het pakket samenwerkingsafspraken reiken ver voorbij de looptijd van Fase 2. Het tekent de motivatie van de betrokkenen om de palliatieve zorg voor deze specifieke doelgroep daadwerkelijk naar een hoger plan te trekken. “Allereerst is van belang dat de betrokken partijen elkaar makkelijker weten te vinden”, zegt Otte. “Er is nog een kloof tussen het palliatieve werkveld en de ggz-sector; in de hospicezorg is er minder kennis over de psychiatrie, en omgekeerd weet men in de ggz vrij weinig over palliatieve zorg. Dit betreft met name de mogelijkheden voor het inschakelen van expertise in deze regio. Wij willen laagdrempelige verbindingen maken én vastleggen. Zodat men in de ggz weet waar de gemiste kennis over palliatieve zorg gehaald kan worden, en omgekeerd.”

Scholingsrondes
Behalve op praktische werkafspraken, wordt er ook gestuurd op kennisdeling. Zo hoopt men in de West-Brabantse regio de kenniskloof te dichten en de deskundigheid te bevorderen. “Met scholingen zullen we ons in eerste instantie gaan richten op alle betrokken zorgprofessionals, zoals verpleegkundigen en verzorgenden. Ik schat in dat we in Q1 van 2026 daarmee kunnen beginnen. Dat is dus voorbij de looptijd van Fase 2 van het project Versterken Hospicezorg, maar het is niet realistisch om te verwachten dat je dit in één kwartaal uit de grond kunt trekken.”
Met de werkafspraken en scholingen hopen Otte en Snepvangers dat een aantal tot nu toe regelmatig voorkomende problemen in de palliatieve zorg voor mensen met een psychiatrische aandoening tot het verleden behoort. “Zowel in de hospices, thuiszorg en ggz-wereld ontstaan soms complexe situaties”, zegt Snepvangers, die namens alle hospices in de werkgroep zit die dit Fase 2-project begeleidt en uitvoert. “Ik heb het in het hospice ook wel eens meegemaakt. Dat we ons afvroegen: hoe zorgen we ervoor dat de juiste kennis op het goede moment beschikbaar is om deze patiënt de best mogelijke zorg te geven? Omdat nu vaak nog onduidelijk is waar je zo snel mogelijk de vereiste kennis kunt ophalen, of met wie je kunt overleggen over deze specifieke doelgroep, leverde de palliatieve zorg voor deze doelgroep veel stress op. Dat hoeven we niet meer mee te maken als we goede samenwerkingsafspraken hebben gemaakt en alle zorgprofessionals scholing hebben gevolgd.”

Huisartsen
De resultaten die deze exercitie zullen opleveren, kunnen worden overgenomen door andere regio’s, is de verwachting van Otte. “Het Netwerk Roosendaal, Bergen op Zoom en Tholen is één van de acht Netwerken in het Consortium Palliatieve Zorg van Zuidwest-Nederland. Het streven is om óók met andere Netwerken te werken aan goede kennisdeling rondom de psychiatrische doelgroep, en zo beter in staat zijn de zorg te laten aansluiten op hun wensen en behoeften.”
Vooralsnog hebben de huisartsen die actief zijn in het Netwerk meegedacht met het project in West-Brabant. Ook zij hebben immers te maken met patiënten met psychiatrische aandoeningen in de palliatieve fase. Otte voorziet een grotere rol voor hen in 2026. “We willen hen in de nabije toekomst sterker betrekken bij de verdere uitrol en de samenwerkingsafspraken.”
Snepvangers zou dat zeker toejuichen. “Anders dan de meeste andere hospices in onze regio, heeft het hospice waar ik werk geen eigen arts in dienst. De cliënten van het hospice hebben een eigen huisarts, waarbij we nauw samenwerken met de huisartsen uit onze regio. In de avond, nacht en weekenden zijn we aangewezen op de huisartsenpost. Vooral buiten reguliere werktijden is het verkrijgen van de juiste adviezen met betrekking tot een psychiatrische hulpvraag nog weleens een uitdaging, vanwege onvoldoende kennis of onwetendheid over waar informatie ingewonnen kan worden.”

Speciaal hospice voor patiënten met een psychiatrische aandoening
‘Uiteraard’ is in de gesprekken met hospices, thuiszorginstellingen en GGZ West-Noord-Brabant het vraagstuk naar boven gekomen of er in de regio geen speciaal hospice zou moeten komen dat zich exclusief op deze patiëntengroep richt. In Nederland zijn inmiddels twee van dit soort locaties, waarvan er één in de regio van het Consortium Palliatieve Zorg Zuidwest Nederland staat. De meningen daarover varieerden niet, zo bleek uit een inventarisatieronde. “Iedereen wees dat af”, zegt Otte. “Onze regio is er te groot voor, was de algehele gedachte. We willen de zorg dichtbij kunnen aanbieden. Je wilt het familieleden van patiënten niet aandoen om vele kilometers te moeten reizen om hun dierbare te kunnen bezoeken. De beste palliatieve zorg vindt idealiter dan toch plaats in de omgeving die de patiënt al kent.”

Volgende doelgroep
Otte en Snepvangers hopen op een productieve tijd, zodat samenwerkingsafspraken en kennisdeling rondom deze specifieke doelgroep snel van de grond komen. “Als de zorg voor deze specifieke doelgroep naar een hoger plan is getild, hopen we eenzelfde proces tot stand te kunnen brengen rondom een volgende specifieke doelgroep: mensen met een verstandelijke beperking. Wat we in dit traject rondom deze groep patiënten leren, kunnen we ten goede laten komen aan de volgende slag die we willen slaan: zowel binnen het Netwerk, als binnen het gehele Consortium.”

Vorig bericht

“Na 20 jaar: tijd voor reflectie én visie – Netwerk PZ Oostelijk Zuid-Limburg kijkt vooruit”

Volgende bericht

Transmurale samenwerking in de palliatieve zorg op basis van TAPA$-prestatie-2