Van SigMa-methodiek naar droom als fotomodel

Interview met Chayenne van den Oever en Astrid Bekker (zorgorganisatie Aafje)

Nel als gezicht van het SigMa-project bij zorgorganisatie Aafje – ©fotograaf Michelle Muus

Het begon met de droom van Nel
Tijdens hun opleiding tot palliatieve zorg verpleegkundige aan de Erasmus MC Academie in Rotterdam ontmoetten Chayenne van den Oever en Astrid Bekker bij ouderenzorgorganisatie Aafje een bijzondere vrouw: Nel, 91 jaar oud, fragiel, met een zachte blik en een sluier van dementie. Haar lichaam was moe, haar behandeling gestopt. En juist in die laatste fase, toen alles leek te vertragen, kwam er een onverwachte wens naar boven. Ooit droomde Nel ervan om model te worden voor Coco Chanel. Ze had er gewerkt, de stoffen gevoeld, de sfeer geproefd maar de schijnwerpers hadden haar nooit gevonden.
Chayenne luisterde. Niet alleen als verpleegkundige, maar als mens. Geïnspireerd door de principes van de SigMa-methodiek, waarin de mens achter de patiënt centraal staat en zorgprofessionals samen bepalen wat nodig is, ging ze met haar team aan de slag. Geen standaard zorgvraag, maar wel een wezenlijke.
Er kwam een fotoshoot. Eenvoudig, liefdevol. Nel straalde. Haar foto werd gebruikt in interne communicatie, op posters, op de website. Een zichtbaar moment van erkenning, waardigheid en verbinding, in de laatste fase van haar leven. Nel werd daarmee het gezicht én het begin van iets groters: het SigMa-project bij Aafje. In dit interview vertellen projectcoördinatoren Chayenne van den Oever en Astrid Bekker hoe zij verder bouwen aan betere palliatieve zorg, geïnspireerd door mensen zoals Nel.

Wat was het vertrekpunt van jullie project en waarom kozen jullie voor de SigMa-methodiek?
Ons vertrekpunt was het verhaal van Nel; het liet ons zien hoe belangrijk het is om de wensen van mensen écht te horen, juist in de laatste levensfase.
Aafje is een zorgorganisatie in de regio Rotterdam die onder andere wijkverpleging, verpleeghuiszorg en revalidatie biedt aan ouderen. De afgelopen jaren legden we binnen Aafje een stevige basis om de gewenste kwaliteit van palliatieve zorg te bereiken, met positieve effecten op de tevredenheid van bewoners en hun naasten én op het werkplezier van medewerkers. Maar we merkten dat de structurele borging daarvan achterbleef, onder andere door personeelsverloop en uiteenlopende visies op de palliatieve periode.
De SigMa-methodiek helpt ons om deze zorg duurzaam te verankeren. Wat ons bijzonder aanspreekt, is dat de aanpak van onderop werkt; zorgmedewerkers kiezen zelf de instrumenten die ze gebruiken. Daardoor sluit het beter aan op de praktijk en voelen teams meer eigenaarschap. Tegelijk biedt SigMa een duidelijke structuur, ondersteunend materiaal en een tijdspad. Precies wat we nodig hebben om het echt goed te doen.

Wat waren volgens jullie de belangrijkste factoren die het project tot nu toe succesvol hebben gemaakt?
Ons eerste succes was de subsidieaanvraag; een mooie erkenning. Daarna zijn we echt gaan bouwen. Op beide locaties hebben we multidisciplinaire werkgroepen palliatieve zorg opgezet, die wij voorzitten. We scholen alle medewerkers in een driedaagse basistraining palliatieve zorg, zodat iedereen een gedeelde basis heeft.
Daarnaast werken we met creatieve en betrokken teams. Tijdens bijeenkomsten gebruiken we speelse en beeldende elementen, zoals het spel ‘Kraak de noot’ om knelpunten te bespreken, of verfpenselen als metafoor bij de introductie van SigMa. We communiceren breed en regelmatig, en houden iedereen maandelijks op de hoogte. Wat helpt, is onze gezamenlijke achtergrond als gespecialiseerde palliatieve zorg verpleegkundigen en dat we als coördinatoren structureel tijd krijgen om het project te dragen. Dat maakt echt verschil. Hier komt de Rotterdamse mentaliteit ook van pas: niet lullen, maar poetsen.

“Soms kun je zelfs aan het einde van een leven nog een droom laten uitkomen. Niet op de manier die iemand ooit voor ogen had, maar op een manier die misschien nog wel waardevoller is.” – Astrid Bekker – Projectcoördinator bij Aafje

Welke rol spelen jullie als projectleiders en wat hielp om anderen mee te krijgen?
We werken als duo intensief samen en stemmen wekelijks af. Onze rol is coördinerend en verbindend; we zorgen voor overzicht, brengen mensen samen en vertalen de SigMa-aanpak naar de dagelijkse praktijk. Door flexibel te zijn en creatief te denken, zoeken we steeds naar oplossingen die passen bij onze organisatie. Dat we de teams vanaf het begin betrekken en hen zelf laten kiezen met welke instrumenten ze werken, hielp enorm. Die bottom-up benadering is niet alleen krachtig, maar zorgt ook voor draagvlak en enthousiasme. Niet scoren met woorden, maar raken met daden.

Wat haalden jullie uit de intervisiebijeenkomst en waarom raden jullie collega’s aan om hieraan deel te nemen?
De term ‘intervisie’ wekte bij ons eerst andere verwachtingen, maar de bijeenkomsten leveren zeker waardevolle inzichten op. Vooral het uitwisselen van ervaringen met andere organisaties – over meetinstrumenten, aanpakken of knelpunten – is inspirerend. Je leert van elkaar, ziet waar anderen staan en doet ideeën op die je in je eigen praktijk kunt gebruiken.

Over SigMa
Het SigMa-project wordt gefinancierd via ZonMw, binnen het programma Palliantie II in samenwerking met het NPPZ II Leerwerkplatform. Op dit platform zijn meerdere projectgroepen actief om SigMa te implementeren.
De SigMa-methodiek is een methode voor het lokaal verbeteren van de palliatieve zorg in verpleeghuizen. Het doel is de signalerende rol van de mensen op de werkvloer in verpleeghuizen te verbeteren, door de medewerkers zelf op zoek te laten gaan naar ondersteunende instrumenten die aansluiten bij hun behoeften en werkwijze rondom signaleren en markeren in de palliatieve fase.

Vorig bericht

Meerjarenplan Consortium Propallia

Volgende bericht

Nienke Bijman: “De belangstelling voor de integratie van palliatieve zorg in onderwijsprogramma’s neemt toe”