Het verspreiden van tijdige en deskundige palliatieve zorg thuis op lokaal niveau is dé drijfveer achter Stichting PaTz (Palliatieve Zorg Thuis). Dit gebeurt in PaTz groepen, die bestaan uit ten minste huisartsen, (wijk)verpleegkundigen en een in palliatieve zorg gespecialiseerde zorgverlener. Samen bespreken zij patiënten in de palliatieve fase en/of een thema binnen de palliatieve zorg. PaTz ambassadeurs, Netwerken Palliatieve Zorg en partners in de regio slaan de handen inéén om het PaTz gedachtegoed te verspreiden. Het resultaat is versterkende samenwerking waarin ruimte ontstaat voor inspirerende initiatieven.
Deze maand op het PaTz podium: een inspirerend voorbeeld van Denise Seelen, als ROS-adviseur werkzaam bij Raedelijn (ROS van Midden Nederland). Raedelijn versterkt de samenwerking tussen organisaties en draagt daarmee bij aan een betere gezondheid in Midden Nederland. Raedelijn is onderdeel van het landelijk dekkende ROS-netwerk.
Denise Seelen speelt binnen de eerstelijnszorg in de regio Utrecht als ROS-adviseur bij Raedelijn een verbindende rol in de versterking van palliatieve zorg. Vanuit haar functie werkt ze aan projecten, netwerken en implementatieprogramma’s die huisartsen en zorgprofessionals dichter bij elkaar brengen.
Sterke samenwerking binnen consortium Septet
Denise Seelen is als ROS-adviseur vanuit Raedelijn nauw betrokken bij het consortium Septet, waarin zeven netwerken palliatieve zorg in Midden-Nederland samenwerken. “De netwerkcoördinatoren vormen de backbone van ons consortium. Ze hebben altijd een verbindende rol gespeeld, wat geleid heeft tot een sterke en constructieve samenwerking zonder onderlinge competitie.” Binnen Septet wordt actief ingezet op PaTz-groepen, een belangrijk onderdeel van de eerstelijnszorg.
Readelijn heeft een sterke samenwerking met zorgverzekeraar Zilveren Kruis en werkt op basis van een jaarplan dat is opgebouwd uit verschillende programmalijnen, uitgevoerd in subregio’s. Deze subregio’s sluiten aan bij de regio-indeling van de regionale huisartsorganisaties (RHO’s). Voor het eerst is in het jaarplan ook aandacht besteed aan palliatieve zorg. Omdat PaTz hier onderdeel van is, kan Denise uren inzetten voor dit programma. De zorginkopers in de regio zijn palliatief minded, waardoor de samenwerking soepel verloopt. De grootste uitdagingen liggen echter bij de huisartsorganisaties zelf, waar soms nog terughoudendheid bestaat bij de implementatie van PaTz.
Verbinder en facilitator in de regio
Binnen de regio vervult Denise vooral een verbindende en faciliterende rol. “Waar het opzetten van het transformatieplan op de achtergrond begon, zijn inmiddels alle regio’s actief aan de slag gegaan met drie centrale thema’s: gezond ouder worden, preventie en mentale gezondheid,” vertelt Denise. Volgens haar is het cruciaal dat netwerkcoördinatoren zich bij één van deze thema’s aansluiten, om te voorkomen dat je er niet meer tussen komt. Denise: “Op de Veluwe maakt het netwerk palliatieve zorg deel uit van GezondVeluwe, en het IZA-regioplan wordt daar ook uitgevoerd onder de vlag van GezondVeluwe. Er is dus een nauwe samenwerking. In de regio Utrecht is die verbinding minder sterk. Maar, onlangs is het Transformatieplan Palliatieve Zorg voor Utrecht goedgekeurd. Daarmee staat palliatieve zorg nu ook in Utrecht prominent op de agenda van de zorgorganisaties.”
Het actief stimuleren van PaTz-groepen laat Denise bewust over aan de netwerkcoördinatoren; “Ik richt mij op het grotere geheel en ondersteun waar nodig, bijvoorbeeld door het organiseren van informatiebijeenkomsten of het ontwikkelen van communicatiemateriaal.” In het Rivierengebied ziet zij inmiddels positieve beweging: waar palliatieve zorg eerder door de regionale huisartsorganisatie geen prioriteit kreeg, zorgen nu een actieve kaderarts en de beschikbaarheid van middelen en uren ervoor dat PaTz daar op gang komt. Denise: “Daarin ligt juist de sleutel tot succes!”
Korte lijnen, grote impact verankeren palliatieve zorg
Samenwerking rond palliatieve zorg in de regio is nog niet vanzelfsprekend en ook vanuit de ROS staat het niet altijd op het netvlies hier actief op in te zetten. Denise laat zien aan haar collega’s dat de ROS hier juist een rol kan pakken. Zo benut Denise de korte lijnen met de huisartsorganisaties om palliatieve zorg beter te verankeren in de eerstelijn. “De inhoud is vaak sterk vertegenwoordigd en daar probeer ik van weg te blijven,” zegt ze. “Ik richt mij juist vooral op organisatie en proces.”
De ROS focust veelal op afgebakende projecten en jaarplannen. Omdat PaTz geen project is met een kop en een staart is het belangrijk aandacht te houden voor palliatieve zorg (en dus ook PaTz) en de bijbehorende ureninschatting bij het maken van jaarplannen.
Ze besteedt ongeveer twee dagen per week aan palliatieve zorg, waarvan PaTz een klein deel vormt. De PaTz trekkersgroep Septet komt tegenwoordig drie à vier keer per jaar online samen. Daarnaast onderhoudt Denise de verbinding met Gooi en Vecht. “Ik neem daar deel aan een projectgroep, zodat we samen met de RHO direct afspraken kunnen maken over de financiering van PaTz,” legt ze uit.
Actief in de regio: zo brengt Denise artsen en PaTz samen
Binnen de PaTz-taakgroep vervult Denise een actieve verbindende rol. “Ik ga regelmatig langs bij de RHO’s om te bespreken hoe de financiering wordt geregeld, hoe het onderwerp wordt gecommuniceerd richting huisartsen en of er extra ondersteuning nodig is” vertelt ze.
Daarnaast houdt ze het overzicht van kaderartsen actueel via de registratiewebsite. “Het is belangrijk om te weten wie beschikbaar is, zodat we kunnen inspelen op de behoefte aan nieuwe PaTz-groepen,” legt Denise uit. Wanneer afgestudeerde artsen bijvoorbeeld een nieuwe groep willen starten, kan PaTz-ambassadeur Laetitia aanschuiven. “Zij begeleidt dan het proces en organiseert de eerste bijeenkomst, zodat de groep goed van start gaat,” zegt Denise.
Op deze manier zorgt Denise niet alleen voor overzicht en structuur, maar ook voor directe verbinding tussen huisartsen, kaderartsen en nieuwe PaTz-groepen, waardoor palliatieve zorg in de regio concreet en duurzaam wordt opgepakt.
Denise: ‘PaTz moet zowel op consortium- als regioplan zichtbaar zijn
Volgens Denise is het belangrijk dat PaTz zowel op consortiumniveau als in de regio zelf wordt opgepakt. “Ooit hadden we een bovenregionaal plan met duidelijke doelen, bijvoorbeeld om het aantal PaTz-groepen van 17 naar 25 uit te breiden,” zegt ze. “Dat moest ook terugkomen in de lokale regioplannen, maar daar is nu weinig zicht op. Het zakt soms weg bij netwerkcoördinatoren.”
Binnen de taakgroep wordt nog wel actief bijgehouden welke groepen er zijn, waar kansen liggen en welke acties nodig zijn. “Op die manier blijft het thema in ieder geval op de radar,” legt Denise uit. Extra impulsen helpen ook, zoals toen de staatssecretaris een PaTz-bijeenkomst in Utrecht bijwoonde. “Dat geeft een boost en inspireert andere regio’s om aan de slag te gaan,” aldus Denise.
Financiering blijft struikelblok voor PaTz
Denise ziet dat financiering nog steeds een uitdaging is voor PaTz-groepen. “Vroeger was er helemaal geen financiering en toch bestonden er al PaTz-groepen. Dat is op zich al interessant,” zegt ze. Volgens haar is het de taak van de ROS om huisartsorganisaties te laten zien wat PaTz oplevert en waarom het belangrijk is voor de patiënt. “Ondanks dat je vanuit alle ROS’en ingangen hebt, lukt het niet altijd. Soms gaat het om timing, momentum of is het persoonsafhankelijk. Ook moet een kaderarts zich mondig genoeg voelen om het belang aan te kaarten. Zonder iemand binnen de organisatie die het belangrijk vindt, heeft het weinig zin.”
Ze benadrukt dat het mobiliseren van de juiste mensen cruciaal is, maar dat dit vaak afhankelijk is van toeval of persoonlijke contacten. “Het is belangrijk om die personen in kaart te brengen en een beweging in gang te zetten, en dat zonder de netwerkcoördinatoren voor het hoofd te stoten.”
Denise ziet kansen voor ROS-breed commitment: “Stichting PaTz zou bijvoorbeeld bij het directeurenoverleg van ROS’en kunnen aansluiten om samen afspraken te maken. Nu werken we als landelijk ROS netwerk steeds meer samen richting het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS), dus dit is echt het moment om palliatieve zorg structureel te verankeren.”
Lees het artikel ‘Palliatieve zorg en ondersteuning moet bij alle ROS’en op de agenda’ met voormalig Robuust bestuurder en ambassadeur palliatieve zorg en ondersteuning Patrick Ernst over hoe de ROS’en in Nederland eraan kunnen bijdragen dat palliatieve zorg en ondersteuning op het netvlies staat bij professionals en vrijwilligers in de zorg en het sociaal domein en dat ze daarbij nauw samenwerken.
Zo kunnen ROS’en impact maken
Denise benadrukt het belang van een actieve rol voor ROS’en. “Het Gupta Rapport ’De olifant de kamer uit’ laat zien dat meer zorg in de eerste lijn niet alleen kosten bespaart, maar ook fijner is voor de patiënt,” zegt ze. “Juist de ROS is heel sterk in dat werkveld, dus iedere ROS zou hier een rol in moeten spelen.”
Ze ziet vooral kansen in het verbinden van doelgroepgerichte netwerken met de IZA netwerken. “Bestuurders komen niet alleen voor palliatieve zorg bij elkaar. Als je dat onderbrengt bij een IZA-netwerk, heb je gelijk toegang tot de bestuurlijke tafel,” legt Denise uit.
“Wij zijn zelf vaak aanwezig bij al die netwerken. Dus als je betrokken bent bij het inrichten van een IZA-netwerk is het belangrijk om palliatieve zorg, in samenwerking met de netwerkcoördinator, mee te nemen,” zegt Denise. “Daarnaast moet het altijd duidelijk zijn welke verantwoordelijkheden bij de netwerkcoördinator liggen en welke bij jou als ROS-adviseur.”