Palliatieve zorg is geen losstaand zorgprogramma, maar een manier van werken die verweven is met het dagelijks handelen. Dat is precies wat er bij Accolade Zorg in Assen is gebeurd. Al jaren wordt hier bewust geïnvesteerd in palliatieve zorg: in kennis, in samenwerking en vooral in het gesprek met bewoners en naasten. Kwaliteitsverpleegkundige Alie Geerts en verpleegkundige Jessica Stuip vertellen hoe palliatieve zorg stap voor stap is ‘geland’ op de werkvloer.

De basis voor de huidige werkwijze werd rond 2018 gelegd. In die periode begon Accolade Zorg actief proactieve zorgplanning vast te leggen. Verpleegkundigen en huisartsen gingen via VIP Live – een beveiligd communicatiesysteem – informatie uitwisselen over gesprekken, wensen en vastgelegde afspraken.
Als logisch vervolg sloot Accolade Zorg dan ook actief aan bij de ontwikkeling rondom proactieve zorgplanning (Advance Care Planning) (zie ook het artikel Transformatieplan Regio Drenthe – NPPZ over de start van het IZA ).
“Toen lag de nadruk nog sterk op het invullen van de formulieren, die horen bij het landelijke uniforme zorgplanning format”, blikt Jessica terug. “Je vulde iets in, maar het echte gesprek bleef soms achterwege.” Dat is veranderd. “Nu weten we: het formulier is ondersteunend, maar het gesprek is leidend.”
Die verschuiving is zichtbaar op de werkvloer. Verpleegkundigen realiseren zich steeds beter dat palliatieve zorg niet begint bij de terminale fase, maar bij tijdige herkenning – ofwel signalering en markering – van de palliatieve fase en het durven voeren van het gesprek over de waarden, wensen en behoeften van de patiënt en diens naaste in die fase.
“Het gaat niet om het lijstje. Het gaat om wat iemand bezighoudt en wat voor hem of haar belangrijk is.” – Jessica Stuip
Markeren: een professioneel én menselijk moment
Een cruciaal, maar vaak ingewikkeld onderdeel van palliatieve zorg is de markering: het herkennen en benoemen van het moment waarop iemand de palliatieve fase ingaat. Dat vraagt niet alleen klinisch inzicht, maar ook moed.
“Markeren betekent dat je onder ogen ziet dat iemand niet meer beter wordt”, vertelt Alie. “Dat blijft spannend. Voor bewoners, voor naasten en ook voor zorgverleners.”
Binnen Accolade is daarom helder vastgelegd wie welke rol heeft. Alle medewerkers signaleren veranderingen. De verpleegkundigen en de contactverzorgenden bewaken het proactieve zorgplan en bespreken of de zorg nog passend is. De verpleegkundige kijkt en denkt vanuit haar rol mee met een overstijgende blik. Zij bespreken via VIP Live ook de behandelwensen met de huisarts.
Die rolverdeling geeft rust en duidelijkheid. “Als bijvoorbeeld antibiotica niet meer aanslaat, wachten we niet af”, legt Jessica uit. “Dan bespreken we dat en vragen we de huisarts om zijn rol te vervullen.”
“Bij ons is palliatieve zorg geen extra taak.” Het is gewoon onderdeel van goede zorg.” –
Alie Geerts
Werken vanuit vier domeinen
Accolade werkt, net als het Kwaliteitskader palliatieve zorg Nederland, vanuit de vier dimensies: lichamelijk, psychisch, sociaal en zingeving. In de praktijk blijkt dat het lichamelijke domein het meest vanzelfsprekend aandacht krijgt. De andere drie vragen blijvende bewustwording.
“Zingeving en het psychische en sociale domein zijn nog onderbelicht”, zegt Alie. “Dat betekent niet dat ze er niet zijn, maar wel dat we onszelf moeten blijven prikkelen om er expliciet aandacht aan te geven.”
Het uniforme zorgplanning format helpt bij het structureren van gesprekken, maar kent ook beperkingen. Alie: “Het format is sterk medisch ingestoken. Er is relatief weinig ruimte voor wensen rondom sterven, zingeving of bijvoorbeeld stoppen met eten en drinken. Nu we hier al een aantal jaren mee werken, hopen we dat het formulier hierop in de toekomst wordt aangepast.”
Iedereen in de palliatieve fase
Een belangrijk uitgangspunt bij Accolade is dat alle bewoners palliatieve zorg ontvangen. “Al onze bewoners zitten tegenwoordig in de palliatieve fase”, aldus Jessica. “Dat was vroeger anders. Toen kwam men eerder hier en woonde men hier soms wel jaren.”
Nu wonen mensen langer thuis en komen vaak pas naar een woonzorglocatie als de zorgvraag complex is. “De verblijfsduur is daardoor korter dan vroeger”, zegt Alie. “Dat maakt palliatieve zorg urgenter en zichtbaarder.”
Tegelijkertijd is het gesprek over sterven normaler geworden. Jessica: “We praten er makkelijker over. Met bewoners, met naasten en met elkaar.”
“Wat vroeger spannend was, is nu bespreekbaar. Dat is een enorme winst.” – Jessica Stuip
Leren in de praktijk
Scholing speelt een belangrijke rol in die ontwikkeling. Verpleegkundigen volgen de basisscholing palliatieve zorg, maar het meeste leren gebeurt in de praktijk: door samen gesprekken te voeren, casuïstiek te bespreken en moreel beraad te organiseren.
“We hebben een open leerklimaat”, vertelt Alie. “Als iemand twijfelt of vastloopt, komt die vraag snel op tafel. Fouten maken mag, zolang je ervan leert.”
Dat geldt ook voor jonge medewerkers. Accolade heeft veel jonge zorgprofessionals in dienst. “Zij vinden dit soms spannend”, aldus Jessica. “Maar dat mag. We laten ze niet alleen zwemmen; we zwemmen samen.”
Na een moeilijk gesprek wordt altijd gereflecteerd. “Ik vraag collega’s: hoe was dat voor je?”, vult Alie aan. “Dat helpt om vertrouwen op te bouwen en veerkracht te behouden.”
Samen met naasten
Palliatieve zorg gaat nadrukkelijk ook over de naasten. Vooral bij bewoners met dementie speelt rouw vaak al vroeg. “Mantelzorgers rouwen, terwijl hun naaste er nog is”, merkt Jessica op. “Dat vraagt aandacht.”
Accolade probeert die rouw te benoemen en ruimte te geven. Soms door zelf ondersteuning te bieden, soms door te verwijzen naar externe initiatieven, zoals het Alzheimer Café of scholing voor mantelzorgers. Alie: “We hoeven niet alles zelf te doen, maar we willen wel de weg wijzen.”
Digitale samenwerking in de keten
Een belangrijke randvoorwaarde voor goede palliatieve zorg is goede informatieoverdracht. Accolade werkt met het electronisch clientendossier ONS (Nedap), waarin proactieve zorgplanning kan worden vastgelegd. Na akkoord van de huisarts is deze informatie zichtbaar voor alle betrokken zorgverleners, inclusief de huisartsenpost.
“Dat maakt echt verschil”, aldus Jessica. “De huisarts heeft dezelfde informatie als wij. Dat geeft continuïteit en voorkomt misverstanden.”
De samenwerking met huisartsen is wederkerig. Jessica: “Vroeger voerde de huisarts het proactieve zorggesprek, maar tegenwoordig voeren wij vaak dat gesprek en zetten het verslag in VIP Live. Voordat de huisarts het verslag in het systeem goedkeurt, beoordeelt hij die informatie, denkt mee, stelt soms verdiepende vragen en scherpt het verslag en ons weer aan. Zo leren we van elkaar.”
Trots op het proces
Waar zijn ze het meest trots op? Voor Jessica zit dat in de reacties van naasten.
“Als een familielid zegt: ‘Wat hebben we dit samen mooi gedaan’, dan weet je dat het klopt. Gelukkig zegt men dat vaak”, glimlacht Jessica.
Voor Alie gaat trots over het proces zelf. “Dat het gegaan is zoals de bewoner en familie het wilden. Ook als dat anders is dan wij zelf zouden kiezen. Dat we samen hebben afgestemd, met onze kernwaarden: aandacht, liefde en lef.”
“Dan is palliatieve zorg geen theorie meer, maar dagelijkse praktijk.” – Alie Geerts